Skip to content

Daniël Peterfreund

bg-daniel-peterfreund-advocaat-antwerpen

Een juridisch vraagstuk? Bijstand of advies nodig van een advocaat Antwerpen? Meester Peterfreund kan u gegarandeerd voorthelpen.

Daniël Peterfreund heeft de leiding bij advocatenkantoor Peterfreund & Associates en is gespecialiseerd in tal van materies.

Hij pleit zowel in het Nederlands als in het Frans.

De impact van het nieuwe strafwetboek op het wegverkeersrecht

Op 1 september 2026 treedt het nieuwe Strafwetboek in werking. Ook wie zich in het verkeer begeeft, krijgt met de hervorming te maken. Een overzicht van wat verandert en waarom het ertoe doet.

Een nieuw Strafwetboek na meer dan 150 jaar

Het Belgische Strafwetboek dateerde in de kern nog van 1867. Na anderhalve eeuw aanpassingen, bijzondere wetten en losse ingrepen was het overzicht zoek. De wetten van 29 februari 2024 voeren Boek I (algemene beginselen en straffen) en Boek II (de strafbaarstellingen) in, en berusten op drie leidende beginselen: accuraatheid, eenvoud en coherentie. Voor de praktijk betekent dit onder meer een nieuwe, geordende nummering en een volledig herwerkt straffenarsenaal, met de gevangenisstraf uitdrukkelijk als ultimum remedium.

Uitstel tot 1 september 2026 — mede omwille van het verkeersrecht

De inwerkingtreding was oorspronkelijk voorzien op 8 april 2026, exact twee jaar na de publicatie in het Belgisch Staatsblad. Die datum werd echter uitgesteld naar 1 september 2026. Een belangrijke reden was precies het verkeersrecht: de aangepaste GAS-, verkeers-, wapen- en drugswetgeving was nog niet tijdig gefinaliseerd. Zonder die afstemming dreigden procedurefouten en rechtsonzekerheid. Het uitstel geeft alle actoren op het terrein enkele maanden extra om de overgang voor te bereiden.

Een hogere drempel voor onopzettelijke doding en slagen

De meest ingrijpende wijziging voor het verkeersstrafrecht zit in het moreel bestanddeel van de onopzettelijke misdrijven. Onder het oude recht (art. 418-420 Sw. 1867) volstond volgens vaste rechtspraak elke fout, hoe licht ook: zelfs de minste verkeersovertreding kon volstaan om onopzettelijke doding of onopzettelijke slagen en verwondingen op te leveren. Het nieuwe Strafwetboek verhoogt die drempel: voortaan is enkel nog sprake van een strafbaar onopzettelijk misdrijf wanneer er een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid is. Voor de verdediging is dat een reëel aanknopingspunt: de vraag verschuift van ‘was er een fout?’ naar ‘was die fout voldoende ernstig?’.

Dodelijke verkeersongevallen: een specifieke, verzwaarde strafbaarstelling

Het nieuwe wetboek behandelt het verkeer niet louter mild. De algemene onopzettelijke doding door een ernstig gebrek aan voorzorg wordt strafbaar gesteld op niveau 2 (art. 106 Sw.). Voor het dodelijk verkeersongeval voorziet artikel 107 Sw. echter een aparte, zwaardere strafbaarstelling op niveau 3. Artikel 108 Sw. voegt daar nog een verzwarende factor aan toe wanneer de feiten in het bijzijn van een minderjarige werden gepleegd. Het resultaat is een dubbele beweging: de drempel om tot strafbaarheid te komen ligt hoger, maar wie die drempel in een verkeerscontext overschrijdt, riskeert een strengere bestraffing.

Verhouding met de Wegverkeerswet

Belangrijk is dat de specifieke verkeersmisdrijven — rijden onder invloed, vluchtmisdrijf, rijden zonder geldig rijbewijs, rijden tijdens verval van het recht tot sturen, niet-verzekering — geregeld blijven in de Wegverkeerswet en de bijzondere wetgeving. Het nieuwe Strafwetboek raakt vooral de algemene figuren van onopzettelijke doding en onopzettelijke slagen die naar aanleiding van een verkeersongeval worden ten laste gelegd. Beide sporen zullen dus samen moeten worden gelezen, wat de nood aan een correcte afstemming tussen beide wetgevingen verklaart.

Acht strafniveaus en het einde van de opdeciemen

Boek I ordent de hoofdstraffen in acht niveaus, elk met een eigen strafmaat en een ruimer palet aan alternatieven naast de klassieke gevangenisstraf. Voor de berekening van geldboeten is er nog een praktisch gevolg: het systeem van de opdeciemen (de vermenigvuldigingsfactor) verdwijnt. De in het wetboek vermelde bedragen worden voortaan als zodanig toegepast, wat de leesbaarheid van de effectief opgelegde boete ten goede komt.

Wat met feiten van vóór 1 september 2026?

Het oude Strafwetboek blijft ook na de inwerkingtreding relevant. Voor misdrijven gepleegd vóór 1 september 2026 geldt het beginsel dat de mildere strafwet moet worden toegepast. Concreet zal telkens moeten worden nagegaan of de feiten zowel onder het oude als het nieuwe recht strafbaar zijn, en welk van beide de gunstigste uitkomst biedt. Gelet op de verhoogde drempel van het ‘ernstig gebrek’ kan het nieuwe recht in bepaalde verkeersdossiers net milder uitvallen — een reflex die bij lopende zaken zeker de moeite van het onderzoeken waard is.

Wat betekent dit voor u?

De hervorming is meer dan een technische opknapbeurt: ze wijzigt de fundamenten waarop verkeersaansprakelijkheid strafrechtelijk wordt beoordeeld. Wie wordt vervolgd na een verkeersongeval, of geconfronteerd wordt met een dagvaarding voor de politierechtbank, doet er goed aan zich tijdig te laten bijstaan door een advocaat strafrecht die de nieuwe strafniveaus en de gewijzigde drempel voor onopzettelijke misdrijven doorziet. Ook bij de beoordeling van boetes, rijverbod, herstelonderzoeken en de overgangsregeling loont het om een advocaat wegverkeersrecht te raadplegen, zodat elke mogelijkheid — inclusief de gunstigste toepassing van oud of nieuw recht — ten volle wordt benut.

Heeft u vragen over strafrecht? Contacteer ons gerust.