De Wet Strafprocesrecht I van 9 april introduceert belangrijke hervormingen in het verjaringsregime van strafvorderingen. Deze veranderingen zijn gericht op drie hoofdpunten:
1. Aanpassing eindpunt verjaringstermijnen:
– De verjaringstermijn stopt niet meer bij de definitieve afhandeling van de strafzaak, maar wanneer de zaak voor de rechter wordt gebracht.
– Hierdoor sluit het verjaringsregime nauwer aan bij dat van burgerlijke zaken, waar verjaring stopt zodra de zaak aanhangig is gemaakt bij de rechtbank.
– Het loutere feit dat een onderzoek loopt of dat een zaak aanhangig is bij een onderzoeksgerecht, stopt de verjaringstermijn niet.
2. Afschaffing van de stuiting en inperking van de schorsing:
– De oude regeling waarbij gerechtelijke autoriteiten door onderzoekshandelingen een nieuwe verjaringstermijn konden starten, wordt afgeschaft.
– Schorsing van de verjaring is nu alleen mogelijk bij een wettelijk beletsel dat het onderzoek of de vervolging verhindert.
– Ad hoc schorsingsgronden zijn verwijderd uit artikel 24, behalve in specifieke gevallen zoals onderhandelingen voor een minnelijke schikking of strafbemiddeling.
3. Verlenging en vereenvoudiging van verjaringstermijnen:
– De wetgever vereenvoudigt de verjaringstermijnen, waarbij de lengte nu vooral afhangt van de maximumstraf.
– Veel verjaringstermijnen worden verlengd, wat de praktische impact van de afschaffing van stuiting relativeert.
– Nieuwe categorieën van onverjaarbare misdrijven worden geïntroduceerd, zoals moord en roofmoord onder bepaalde omstandigheden die een land of internationale organisatie ernstig kunnen schaden.
Nieuwe sanctie voor overschrijding redelijke termijn
Een belangrijke nieuwe toevoeging is een sanctie voor het geval dat de redelijke termijn wordt overschreden. Naast strafvermindering en eenvoudige schuldigverklaring kan de rechter nu ook de strafvordering niet-ontvankelijk verklaren bij een zeer ernstige schending van de redelijke termijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij grove nalatigheid van het Openbaar Ministerie.
Inwerkingtreding en overgangsrecht
De wet treedt in werking op 28 april, tien dagen na publicatie in het Belgische Staatsblad. Er is geen specifiek overgangsrecht. Dat betekent dat alle niet-verjaarde strafvorderingen vanaf die datum volgens de nieuwe regels behandeld moeten worden.
Deze hervormingen beogen een efficiënter en rechtvaardiger strafprocesrecht door de verjaring beter te laten aansluiten bij de juridische praktijk. En ook de bescherming van de rechten van betrokkenen te waarborgen.
Heeft u nog vragen over dit artikel of over strafrecht in het algemeen? Contacteer Peterfreund & Associates, uw advocaat strafrecht!
De balans tussen vrijheid en veiligheid: Verlenging van de termijn in voorlopige hechtenis
Inzicht in de recente wetgeving en de impact ervan op individuele rechten en publieke veiligheid
Het is geen geheim dat het rechtssysteem vaak wordt geconfronteerd met uitdagingen. Één van die uitdagingen is hoe om te gaan met personen die in voorlopige hechtenis worden gehouden. Voorlopige hechtenis is bedoeld als een voorlopige maatregel om de samenleving te beschermen en het onderzoek naar strafbare feiten te vergemakkelijken. Echter, het verlengen van de termijn in deze hechtenis is een ingrijpende stap die zorgvuldige overweging vereist.
Het doel van voorlopige hechtenis: Bescherming van de samenleving en faciliteren van onderzoek
Het belang van voorlopige hechtenis als een voorlopige maatregel in het rechtssysteem
Recentelijk heeft de wetgeving de mogelijkheid geïntroduceerd om de termijn inzake voorlopige hechtenis te verlengen. Het kan met twee maanden vanaf de vierde verschijning. Dit betekent dat verdachten die vier keer voor de rechter verschijnen en nog steeds in voorlopige hechtenis worden gehouden, onderworpen kunnen worden aan een verlengde periode waarin hun hechtenis wordt beoordeeld.
Verlenging van de termijn : Twee maanden vanaf de vierde verschijning
Een kritische evaluatie van de recente wetswijziging en de implicaties ervan voor verdachten
Deze verlenging roept natuurlijk verschillende vragen op over de rechten van de verdachten, de effectiviteit van het rechtssysteem en de bescherming van individuele vrijheden. Aan de ene kant kan het argument worden gemaakt dat het verlengen van de termijn voorlopige hechtenis nodig is om de samenleving te beschermen tegen personen die een risico vormen voor de veiligheid. Het kan ook helpen om het onderzoek naar strafbare feiten te voltooien door meer tijd te geven voor het verzamelen van bewijsmateriaal en het horen van getuigen.
Bescherming van individuele rechten: Waarborgen tegen misbruik van voorlopige hechtenis
Het belang van voldoende waarborgen om ervoor te zorgen dat verdachten niet onnodig lang in hechtenis worden gehouden
Aan de andere kant roept deze verlenging vragen op over de rechten van de verdachten. En ook de mogelijkheid van misbruik van de voorlopige hechtenis. Het is essentieel dat er voldoende waarborgen zijn ingebouwd om ervoor te zorgen dat verdachten niet onnodig lang in voorlopige hechtenis worden gehouden zonder dat er voldoende bewijs tegen hen is.
Rechtvaardigheid in de praktijk: Individuele beoordeling van elke zaak
Het belang van een zorgvuldige afweging door de rechtbanken bij het verlengen van de termijn
Daarnaast is het van cruciaal belang dat de rechtbanken de verlengde termijn in voorlopige hechtenis niet als vanzelfsprekend beschouwen. Ze moeten elke zaak individueel beoordelen en ervoor zorgen dat er voldoende reden is om de hechtenis te verlengen.
Conclusie: Een evenwichtige benadering van publieke veiligheid en individuele rechten
Het belang van een zorgvuldige balans tussen het beschermen van de samenleving en het waarborgen van de rechten van verdachten
Al met al roept de verlenging van de termijn belangrijke vragen op over de balans tussen individuele vrijheden en publieke veiligheid. Het is essentieel dat deze kwestie zorgvuldig wordt aangepakt en dat er voldoende waarborgen worden ingebouwd om de rechten van verdachten te beschermen terwijl de samenleving wordt beschermd tegen potentiële gevaren.
Heeft u nog vragen over voorlopige hechtenis of strafrecht in het algemeen? Contacteer ons gerust. Als advocaat strafrecht zullen we er alles aan doen om u op kwalitatieve wijze bij te staan.
Als advocaat eerherstel staan we cliënten reeds meer dan 20 jaar met raad en daad bij!.
Wanneer iemand door de Politierechtbank of de Correctionele Rechtbank veroordeeld wordt tot bepaalde straffen, heeft dit meestal tot gevolg dat die persoon zijn of haar blanco strafregister kwijt is gespeeld.
Dit kan vaak verstrekkende gevolgen hebben.
Denk maar aan de vraag die heel veel sollicitanten krijgen om vooraleer zij voor een bepaalde job aangenomen worden, het bewijs moeten voorleggen dat zij een blanco strafregister hebben.
Ook in het geval een persoon na een eerste veroordeling opnieuw voor de rechtbank dient te verschijnen, zullen de mogelijke straffen wellicht zwaarder zijn wanneer iemand een strafregister heeft.
Hoelang blijft en bepaalde veroordeling op het strafregister?
Het spreekt voor zich dat de wet ook voorziet in een aantal mogelijkheden om aan mensen de mogelijkheid te bieden om opnieuw over een blanco strafregister te beschikken.
Zo zijn er twee afzonderlijke mogelijkheden met name de uitwissing en het eerherstel.
Beide maatregelen hebben als doel de nadelige gevolgen die het gevolg zijn van een veroordeling op het strafregister te doen ophouden.
Het betreft niet enkel een eventueel nadelig sociaal gevolg, maar ook de gevolgen op strafrechtelijk gebied: een uitgewiste straf of een straf waarvoor eerherstel werd toegekend komt niet meer in aanmerking voor de toepassing van regels over recidive uitstel of opschorting.
UITWISSING:
In eerste instantie voorziet de wet in de automatische uitwissing van bepaalde straffen.
Dit betreft echter enkel zogenaamde politiestraffen, zijnde kleine straffen uitgesproken door een Politierechtbank.
De wet voorziet dat deze straffen automatisch na drie jaar te rekenen vanaf de uitspraak automatisch uitgewist worden.
Deze maatregel is dus niet verbonden aan de vervulling van bepaalde voorwaarden;
Hierbij geldt wel een uitzondering voor veroordelingen tot rijverboden of ontzettingen die uitstrekken over een periode langer dan drie jaar.
Deze worden niet automatisch uitgewist na drie jaar.
EERHERSTEL:
Wanneer bepaalde straffen niet automatisch worden uitgewist, kan de veroordeelde eventueel een zogenaamde herstel in eer en rechten of eerherstel aanvragen.
Procedure:
Wie eerherstel wenst te vragen, dient hiertoe een verzoek te richten aan de Procureur des Konings.
Dit gebeurt het best met tussenkomst van een advocaat eerherstel.
De Procureur des Konings zal na ontvangst van het verzoek een advies opstellen.
De uiteindelijke beslissing om al dan niet in te gaan op de vraag tot eerherstel komt toe aan de Kamer van Inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep.
Voorwaarden:
Om vooreerst al in aanmerking te komen zijn er een aantal voorwaarden voorzien:
* Alle gevangenisstraffen moeten ondergaan zijn en alle geldboetes dienen betaald te zijn. De enige uitzondering is indien aangetoond kan worden dat de niet uitvoering niet aan de veroordeelde zelf te wijten is.
In dat geval moet de veroordeelde wachten tot de straffen verjaard zijn.
Dit is vb. het geval voor de meeste korte gevangenisstraffen die vaak niet worden uitgevoerd.
Verder moeten alle in het vonnis opgelegde verplichtingen ook zijn nagekomen.
Het betreft vb. de schadevergoeding aan slachtoffer, teruggave van bepaalde voorwerpen of betaling van de gerechtskosten.
Het Hof van Beroep kan echter aan de veroordeelde die wegens onvermogen of overmacht in de onmogelijkheid verkeert hieraan te voldoen eventueel de gunst verlenen om aan deze voorwaarde niet te moeten voldoen.
* De veroordeelde moet een zekere proefperiode doorlopen hebben. Tijdens deze periode moet hij een vast verblijf hebben gehad in BELGIË of in het buitenland. Hij moet ook blijk hebben gegeven van goed gedrag en verbetering.
De proefperiode begint te lopen vanaf de dag dat de veroordeelde de gevangenis verlaat.
De duur van de periode verschilt naargelang de opgelegde straf (korter of langer dan vijf jaar) en naargelang de veroordeelde die om eerherstel vraagt voor het eerst veroordeeld werd dan wel een recidivist is.
Voor straffen korter dan vijf jaar bedraagt de proeftermijn drie jaar (voor het eerste feit) of zes jaar voor recidivisten.
Voor straffen boven de vijf jaar bedraagt de proeftermijn vijf jaar voor een eerste veroordeling of tien jaar voor recidivisten.
Wanneer iemand een gevangenisstraf met uitstel kreeg, is de proeftijd nooit korter dan de duur van het uitstel. Tenzij deze bij genademaatregelen werd verminderd.
Tijdens de proeftermijn mag de veroordeelde geen nieuwe veroordelingen hebben opgelopen.
Bepaalde kleine veroordelingen tijdens de proefperiode kunnen door het Hof eventueel door de vingers worden gezien.
Het gaat dan om een veroordeling tot een politiestraf, een correctionele geldboete of een correctionele gevangenisstraf van minder dan één maand wegens een overtreding van een aantal wetsartikelen opgesomd in artikel 627 van het Wetboek Strafvordering.
* De volgende voorwaarde is dat de veroordeelde in de voorbije 10 jaar geen eerherstel gekregen heeft.
* Bij veroordeling wegens verkrachting, aanranding van de eerbaarheid of zedenfeiten gepleegd ten aanzien van minderjarigen moet het advies van een gespecialiseerde dienst in de behandeling van seksuele delinquenten ingenomen worden vooraleer eerherstel mogelijk is.
Hoelang duurt het om eerherstel te krijgen?:
Het is moeilijk om op voorhand in te schatten hoelang het duurt tot de K.I. (Kamer van Inbeschuldigingstelling) een beslissing neemt over een aanvraag tot eerherstel.
De aanvraag wordt gericht aan het openbaar ministerie. Indien er positief geadviseerd wordt dan zal eerherstel worden toegestaan zonder dat u opgeroepen wordt. Is het advies negatief of is er sprake van veroordelingen voor zedenfeiten, dan zal u opgeroepen worden voor een zitting voor de K.I.
In de praktijk is het zo dat rekening moet worden gehouden met een doorlooptijd van ongeveer één jaar.
Wenst U een aanvraag in te dienen voor eerherstel dan is het van belang dat U zich correct laat adviseren en bijstaan.
In een poging om een veilige haven te bieden aan zij die lijden onder intrafamiliaal geweld, heeft Vlaanderen een revolutionair initiatief gelanceerd: de Veilige Huizen. Deze huizen dienen als een toevluchtsoord waar slachtoffers hulp en ondersteuning kunnen vinden te midden van hun moeilijkheden. Wat zijn deze Veilige Huizen precies en hoe dragen ze bij aan het bestrijden van huiselijk geweld?
De geboorte van Veilige Huizen
Eind 2023 werden er maar liefst vijf nieuwe Veilige Huizen geopend in Oostende, Kortrijk, Halle, Leuven en Gent. Dit is naast de al bestaande Family Justice Centra in Antwerpen, Geel, Hasselt en Mechelen. Die werden omgedoopt tot Veilige Huizen. Deze huizen zijn geen gewone opvangcentra; ze brengen een breed scala aan professionals samen. Het bestaat uit vertegenwoordigers van de politie, justitie, hulpverleners en lokale overheden. Dit alles met één gemeenschappelijk doel: slachtoffers van intrafamiliaal geweld de best mogelijke ondersteuning bieden.
Een juridisch kader
Om deze Veilige Huizen steviger te verankeren in de wetgeving, heeft de Vlaamse decreetgever onlangs een juridische definitie vastgesteld voor wat een Veilig Huis inhoudt. Deze definitie omvat een regionale netwerkorganisatie met een multidisciplinair team van professionals, geleid door een coördinator. Belangrijke partners zijn onder meer het Agentschap Justitie en Handhaving, lokale overheden, het Agentschap Opgroeien, centra voor algemeen welzijnswerk en vertrouwenscentra voor kindermishandeling.
Het doel en de opdrachten
Het primaire doel van een Veilig Huis is om intrafamiliaal geweld op een duurzame, gecoördineerde en effectieve manier aan te pakken. Dit door middel van een optimale samenwerking tussen verschillende diensten. Elk Veilig Huis heeft enkele minimale taken die moeten worden uitgevoerd. Ze bestaan uit het gezamenlijk aanpakken van ernstige gevallen van intrafamiliaal geweld, het coördineren van deze aanpak, het maken van risicobeoordelingen en dossiervorming, en het verstrekken van advies en consultatie aan professionals.
Lokale inslag
Naast deze minimale taken is er ruimte voor lokale accenten. Hierdoor kan elk Veilig Huis zich aanpassen aan de specifieke behoeften van hun regio. Dit zorgt ervoor dat slachtoffers overal toegang hebben tot een uniform basisaanbod van hulp en ondersteuning.
Het begin van een nieuw tijdperk
Met de oprichting van Veilige Huizen in elk gerechtelijk arrondissement, wordt een belangrijke stap gezet in de strijd tegen intrafamiliaal geweld. Door de nauwe samenwerking tussen diverse instanties en de focus op het bieden van hulp aan slachtoffers, bieden deze Veilige Huizen niet alleen een veilige plek, maar ook een sprankje hoop in donkere tijden.
Conclusie
Het is duidelijk dat de introductie van Veilige Huizen een positieve verandering teweegbrengt in de aanpak van intrafamiliaal geweld. Met een sterke wettelijke basis en een duidelijke focus op samenwerking en ondersteuning, bieden deze huizen een lichtpuntje voor degenen die het hardst nodig hebben. Als samenleving is het onze taak om deze initiatieven te ondersteunen. Ook streven we naar een toekomst waarin huiselijk geweld tot het verleden behoort.
Navigeren door de Veranderingen: Het Nieuwe Strafwetboek en Bedrijfsleiders
*Inzichten en tips voor een veilige vaart*
Het juridische landschap is voortdurend in beweging, en recente wetswijzigingen hebben aanzienlijke gevolgen voor bedrijven en hun leidinggevenden. Op 22 februari 2024 werd het nieuwe Strafwetboek aangenomen door de Kamer, waardoor een reeks cruciale wijzigingen zijn doorgevoerd die van invloed zijn op de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van bedrijven en hun leiders. In deze blog delen we inzichten over de veranderingen, risicobeheersingstips en een blik op enkele andere opmerkelijke vernieuwingen.
**Verhoogde risico’s: Financiële en juridische implicaties**
Een van de meest opvallende aspecten van het nieuwe Strafwetboek is de introductie van de geldstraf, die rechters de bevoegdheid geeft om welgestelde bedrijven en personen zwaarder te treffen. Deze straf kan tot driemaal de behaalde winst of verwachte winst uit het misdrijf bedragen, bovenop bestaande geldboetes en verbeurdverklaringen. Dit legt een aanzienlijke financiële last op bedrijven en hun leiders.
Bovendien brengt de expliciete opname van deelneming door nalaten nieuwe risico’s met zich mee voor bestuurders en leidinggevenden. Passiviteit in het geval van strafbare feiten binnen de organisatie kan nu worden beschouwd als medeplichtigheid, wat resulteert in potentieel ernstige juridische consequenties.
**Alternatieve straffen en toekomstige ontwikkelingen**
Naast geldboetes introduceert het nieuwe Strafwetboek alternatieve straffen voor bedrijven, zoals de verplichting om diensten te verrichten ten behoeve van de gemeenschap en probatiestraffen. Voor bestuurders en leidinggevenden is het beroepsverbod een nieuwe bijkomende straf, die de professionele activiteiten gedurende een bepaalde periode kan beperken.
Het is belangrijk om op de hoogte te blijven van verdere ontwikkelingen en interpretaties van het nieuwe Strafwetboek, aangezien deze de praktische toepassing ervan zullen beïnvloeden.
**Onderverdeling in niveaus**
Het nieuwe strafwetboek verdeelt misdrijven in 8 niveaus als volgt:
De 8 strafniveaus van het nieuwe Strafwetboek
Strafniveau
Strafmaat
Voorbeelden
1
Geen celstraf (wel andere strafvormen, zoals boete)
Smaad, laster, lichte vormen van vandalisme
2
Normaal geen celstraf, tenzij de rechter dat expliciet motiveert (dan 6 maanden tot 3 jaar)
Gewone diefstal, discriminatie, valsheid in geschrifte
3
Celstraf van 3 tot 5 jaar
Diefstal met geweld, afpersing, oplichting, omkoping
4
Celstraf van 5 tot 10 jaar
Ontvoering, foltering, verheerlijken van terrorisme
5
Celstraf van 10 tot 15 jaar
Gewapende overval, gijzeling
6
Celstraf van 15 tot 20 jaar
Leiden van terreurgroep, verkrachting minderjarige, ecocide
7
Celstraf van 20 tot 30 jaar
Doodslag, seksueel geweld met dood tot gevolg
8
Levenslange celstraf
Moord, intrafamiliale doodslag, genocide
**Conclusie: Navigeren door Veranderingen met Zorgvuldigheid en Vooruitziendheid**
Het nieuwe Strafwetboek brengt aanzienlijke veranderingen met zich mee voor bedrijven en hun leiders, en het is essentieel om deze veranderingen te begrijpen en proactieve maatregelen te nemen om risico’s te beheren. Het is dan ook van belang u te laten bijstaan door een ervaren advocaat strafrecht. Neem contact op met ons advocatenteam uit Antwerpen. Door gebruik te maken van de juiste strategieën en middelen kunnen bedrijven een veilige koers varen te midden van deze juridische veranderingen.
Het faillissement van een aannemer is een gebeurtenis die niet alleen financiële gevolgen heeft voor de betrokken partijen, maar ook een complexe juridische situatie met zich meebrengt. Het is een situatie die verschillende belanghebbenden treft, van de opdrachtgevers tot de onderaannemers en leveranciers. In deze blog zullen we de juridische aspecten van het faillissement van een aannemer onder de loep nemen en de rol van een advocaat bouwrecht in dergelijke gevallen bespreken.
1. Het faillissement: Een overzicht
Het faillissement van een aannemer kan verschillende oorzaken hebben, variërend van financiële problemen tot slecht management of juridische geschillen. Wanneer een aannemer failliet gaat, heeft dit vaak directe gevolgen voor lopende bouwprojecten. Opdrachtgevers kunnen geconfronteerd worden met vertragingen, financiële verliezen en juridische complicaties. Of een aannemer failliet is kan je gemakkelijk controleren op de website van de Kruispuntbank voor Ondernemingen.
2. De rol van een advocaten bouwrecht
In het geval van het faillissement van een aannemer wordt de rol van een advocaat bouwrecht van vitaal belang. Deze gespecialiseerde advocaten zijn experts op het gebied van bouwgerelateerde juridische kwesties en kunnen optreden namens verschillende belanghebbenden in het proces.
3. Bescherming van de belangen van opdrachtgevers
Een advocaat bouwrecht kan opdrachtgevers adviseren en vertegenwoordigen om hun belangen te beschermen in geval van een faillissement van de aannemer. Dit omvat het beoordelen van contracten, het evalueren van mogelijke claims en het initiëren van juridische stappen om compensatie te verkrijgen voor geleden schade.
4. Vertegenwoordiging van onderaannemers en leveranciers
Onderaannemers en leveranciers worden vaak hard getroffen door het faillissement van een aannemer. Een advocaat bouwrecht kan deze partijen bijstaan bij het indienen van vorderingen, het beschermen van hun rechten en het veiligstellen van betaling voor geleverde diensten of materialen.
5. Faillissementsprocedure en juridische geschillen
Het faillissement van een aannemer leidt vaak tot complexe juridische geschillen, zoals betwiste vorderingen, contractbreuk en aansprakelijkheidskwesties. Een advocaat bouwrecht is goed uitgerust om deze geschillen te behandelen en juridische oplossingen te vinden die recht doen aan alle betrokken partijen.
6. Herstelmaatregelen en toekomstige preventie
Na het faillissement van een aannemer is het essentieel om herstelmaatregelen te treffen en toekomstige problemen te voorkomen. Een advocaat bouwrecht kan advies geven over herstructurering, contractuele wijzigingen en risicobeheer. Daardoor is de kans op soortgelijke situaties in de toekomst te minimaal.
Conclusie
Het faillissement van een aannemer brengt complexe juridische uitdagingen met zich mee die een grondige kennis van het bouwrecht vereisen. Een advocaat bouwrecht speelt een cruciale rol bij het beschermen van de belangen van alle betrokken partijen. Maar ook bij het vinden van juridische oplossingen voor geschillen die voortvloeien uit het faillissement. Met hun expertise en ervaring kunnen zij een waardevolle bijdrage leveren aan het omgaan met deze uitdagende situaties en het bevorderen van een rechtvaardige en effectieve juridische afhandeling.
Hoewel de voorafgaande erkenning van schuld al een aantal jaren bestaat, wordt deze tot op heden maar weinig toegepast.
Hierin blijkt langzaam maar zeker verandering in te komen nu verschillende parketten de voorafgaande erkenning van schuld promoten.
Hoewel voor velen de term voorafgaande erkenning van schuld weinig zal zeggen, is de Engelstalige tegenhanger ervan bekender: de zogenaamde “plea bargaining”.
Het betreft de situatie waarbij het O.M. en de beklaagde onderhandelen over een akkoord waarbij de verdachte een bepaalde straf krijgt.
Potentiële voordelen:
Zowel voor het O.M. als voor de verdachte heeft deze procedure veel voordelen.
Voor het parket:
Door deze procedure wint men aan capaciteit nu er minder discussie is op strafgebied. Er is ook geen mogelijkheid om beroep aan te tekenen.
Tijdswinst: de duur van een vonnisfase op strafgebied wordt aanzienlijk ingekort en de correctionele rechtbank wordt ontlast.
Effectiviteit: deze procedure geeft een gegarandeerde en snellere strafuitvoering van vermogenssancties.
Ook voor de verdachte biedt de zogenaamde VES (voorafgaande erkenning van schuld) voordelen:
Snelheid en zekerheid over de uitkomst.
Inspraak en consensus binnen de strafprocedure.
Het O.M. kan lagere straffen voorstellen dan het meende te moeten vorderen.
Finale beoordeling en uitspraak door een onpartijdige strafrechter.
Wettelijk kader om de voorafgaande erkenning van schuld:
Het wettelijk kader wordt voorzien in artikel 216 Sv.
Niet voor alle zaken is een VES procedure mogelijk.
Vooreerst stelt de wet dat een VES procedure enkel gevoerd kan worden in zaken waarbij het O.M. een gevangenisstraf zou vorderen van maximaal 5 jaar.
Er is ook een lijst van uitgesloten misdrijven, dit betreft de zwaarste misdrijven zoals:
Moord
Zedenmisdrijven
Prostitutie
Misdrijven die theoretisch strafbaar zijn met 20 jaar opsluiting of meer
Procedurele waarborgen:
Wanneer een VES procedure wordt opgestart verleent de wet een aantal waarborgen aan de verdachte.
Zo is er sprake van een verplichte bijstand van een advocaat.
Daarenboven zal de beklaagde toegang krijgen tot het strafdossier.
Wanneer een overeenkomst bereikt wordt heeft de beklaagde steeds een bedenktermijn van 10 dagen.
Indien de procedure niet leidt tot een akkoord zullen alle documenten i.v.m. de gevoerde procedure van voorafgaande erkenning van schuld uit het dossier verwijderd worden.
Dit biedt een bijkomende garantie voor een onpartijdige beoordeling van de strafrechter in een latere procedure.
Beleidskeuzes Parket:
De verschillende Parketten hebben reeds aangegeven de procedure voorafgaande erkenning van schuld te zullen promoten.
In ANTWERPEN verwacht het Parket dat in het kader van een VES de beklaagde het totaalbedrag van de overeengekomen vermogen sancties reeds provisioneert voor het akkoord ondertekend wordt.
Dit moet dan de garantie geven dat de overeengekomen boetes effectief betaald zullen worden.
Daarenboven streeft het Parket naar een integrale slachtoffer gerichte benadering.
Hierbij wordt er gestreefd naar een burgerlijk akkoord met alle slachtoffer als bijkomende voorwaarden voor het ondertekenen van een VES.
Initiatief:
Van het grootste belang is te benadrukken dat zowel het O.M. als de beklaagde zelf het initiatief kunnen nemen voor een VES procedure.
Heeft U vragen over de voorafgaande erkenning van schuld?
Wanneer U verdacht wordt van een misdrijf kan de politie U uitnodigen voor een verhoor.
U zal dan op een gegeven ogenblik mogelijks een brief in de bus krijgen met de uitnodiging om verhoord te worden.
In deze brief zal ook steeds een categorie vermeld staan.
De meest voorkomende categorie is het verhoor categorie 3.
Doch wat verstaat men hieronder en waar kunt U zich aan verwachten?
Verschillende categorieën:
Zoals U terecht vermoedt zijn er naast categorie 3 nog verschillende andere categorieën.
Wij overlopen deze hierna.
Verhoor categorie 1:
Dit zijn de verhoren van slachtoffers van een misdrijf.
Verhoor categorie 2:
Wanneer iemand getuige is geweest van een misdrijf en hierover verhoord wordt, spreekt men over een verhoor van categorie 2.
Verhoor categorie 3:
Dit is het verhoor van een verdachte van een misdrijf waarbij de verdachte niet aangehouden is.
Verhoor categorie 4:
Dit zijn de verhoren van verdachten van misdrijven die aangehouden werden.
Uw rechten als verdachte:
Welke zijn nu uw rechten wanneer U verhoord wordt onder categorie 3?
Recht op vertrouwelijk overleg met een advocaat en bijstand tijdens het verhoor:
Als verdachte heeft U altijd het recht om voor het verhoor een vertrouwelijk overleg te hebben met een advocaat strafrecht. Wanneer U de uitnodiging ontvangt, doet U best zelf het nodige om een advocaat strafrecht te raadplegen teneinde het verhoor voor te bereiden.
Indien U door omstandigheden op voorhand geen schriftelijke uitnodiging heeft ontvangen, dan kunt U aan de politie alsnog vragen om een advocaat van uw keuze te contacteren. U zal dan voor het verhoor de kans krijgen om een vertrouwelijk overleg te hebben met uw advocaat.
Het is wel belangrijk dat U een correct verwachtingspatroon hebt van hetgeen de advocaat voor U kan betekenen.
Immers is het niet zoals in de films dat de advocaat voor U vragen zal beantwoorden.
De primaire taak van de advocaat is erop toe te zien dat de procedure correct verloopt.
Minstens even belangrijk is het feit dat wanneer U bijgestaan wordt door een advocaat tijdens het verhoor U recht heeft om tijdens het verhoor een onderbreking te vragen om een bijkomend vertrouwelijk overleg te hebben met uw advocaat. Dit is met name zeer handig wanneer U tijdens het verhoor geconfronteerd wordt met bepaalde vragen waarvan U niet weet op welke manier U hierop dient te antwoorden.
Beknopte mededeling van de feiten:
Als verdachte heeft U uiteraard het logische recht om informatie te krijgen over de feiten waarover U verhoord zal worden.
Deze mededeling is echter beknopt.
Dit betekent dat op de uitnodiging vermeld dient te staan waar U over verhoord zal worden doch meestal is dit beperkt tot de omschrijving van het misdrijf (zoals vb. de handel in verdovende middelen of slagen en verwondingen) en de periode waarin de feiten zouden hebben plaatsgevonden.
Dit moet U in staat stellen om U voor te bereiden op het verhoor.
Recht om U niet te beschuldigen:
U heeft het recht om Uzelf niet te beschuldigen.
Dit betekent dat wanneer U een vraag krijgt van de politie m.b.t. uw rol bij het vermeende misdrijf U altijd de keuze hebt om niet op de vraag te antwoorden indien dit zou betekenen dat U zichzelf beschuldigt.
M.a.w. bent U nooit verplicht om bekentenissen af te leggen.
Zwijgrecht:
Wanneer u onder categorie verhoord wordt, heeft u ook het recht om U te beroepen op uw zwijgrecht.
De politie kan U dan ook niet verplichten om op bepaalde vragen te antwoorden en mag uiteraard geen druk uitoefenen om U alsnog te overtuigen op vragen te antwoorden indien U zich op uw zwijgrecht beroept.
Het zwijgrecht kan nuttig zijn wanneer het nog niet duidelijk is wat de politie reeds over U weet en U dan ook een afwachtende houding wenst aan te nemen.
Een andere reden voor het zwijgrecht zou erin kunnen bestaan dat U bang bent voor represailles van personen die U zou noemen tijdens uw verhoor.
Wanneer U zich op het zwijgrecht beroept, mag de politie of het Parket hier geen schuld uit afleiden.
Uiteraard is het in de praktijk wel zo dat het Parket en vaak ook de rechtbanken de reflex hebben om ervan uit te gaan dat een beschuldigde die zich op zijn zwijgrecht beroept, iets te verbergen heeft.
Het is dan ook van het grootste belang om overleg te plegen met uw advocaat vooraleer U zich op uw zwijgrecht zou beroepen.
Bijstand van een tolk:
Wanneer het Nederlands uw moedertaal niet is heeft U altijd recht op de bijstand van een tolk bij het verhoor.
De kosten hiervan zullen door de Belgische Staat gedragen worden.
In sommige gevallen, met name wanneer geen tolk beschikbaar is, kan ervoor gekozen worden om uw verklaring op te schrijven in uw eigen taal.
Dit zal dan in een later stadium vertaald worden door een vertaler.
Het letterlijk noteren van de verklaring:
In de meeste gevallen zal de politie werken onder de vorm vraag en antwoord.
Dit betekent dat de politie een bepaalde vraag stelt waarna U hierop antwoord geeft.
Meestal zal het antwoord niet letterlijk worden neergeschreven door de politie. Dit kan aanleiding geven tot discussie.
Na het verhoor zal U dan ook de kans krijgen om hetgeen de politie geschreven heeft na te lezen.
Indien U hier bepaalde opmerkingen over heeft dan moet de politie hiermee rekening houden en eventueel letterlijk noteren wat U zegt.
Ook dit kan bijzonder belangrijk zijn nu kleine nuances soms een wereld van verschil maken.
Het verrichten van opsporingshandelingen:
Als verdachte heeft U ook het recht om aan de politie te vragen dat zij bepaalde onderzoeksdaden zouden stellen.
Stel dat U verdacht wordt van een misdrijf en er mensen zijn die U een alibi kunnen verschaffen dan kunt U vb. aan de politie vragen dat zij die getuigen zouden verhoren.
Toevoeging van stukken:
U heeft als verdachte ook altijd de mogelijkheid om bepaalde documenten die in uw voordeel spelen aan het dossier te voegen.
In het verleden hadden en privé detectives hun handen vol met zogenaamde vaststellingen van overspel.
Het was immers zo dat een echtscheiding door de rechtbank pas werd uitgesproken op basis van de schuld van één van de echtgenoten.
Wanneer overspel kon worden aangetoond, was de discussie dan ook vrij snel beslecht.
Tegenwoordig is er sprake van de zogenaamde “schuldloze echtscheiding”.
Dit betekent dat voor het verkrijgen van een echtscheiding, het niet meer noodzakelijk is om de schuld van één van de echtgenoten te bewijzen.
Als advocaat echtscheiding krijgen wij dan zeer regelmatig de vraag of vaststellen van overspel nog zin heeft.
ONHERSTELBARE ONTWRICHTING:
Tegenwoordig volstaat het immers om aan te tonen dat er sprake is van een onherstelbare ontwrichting van het huwelijk om een echtscheiding te laten uitspreken door de rechtbank.
Deze onherstelbare ontwrichting mag bewezen worden met alle middelen van recht.
Doch zelfs indien er geen sprake is van onherstelbare ontwrichting zal de rechtbank de echtscheiding kunnen uitspreken indien beide echtgenoten hiermee akkoord zijn.
Indien één van de echtgenoten niet akkoord is, zal de rechtbank de zaak uitstellen op één jaar.
Indien overspel echter aangetoond wordt, zal de rechtbank meteen de echtscheiding kunnen uitspreken. Ook al gaat de andere echtgenoot hiermee niet akkoord.
OVERSPEL ALS ZWARE FOUT:
Zelfs indien beide echtgenoten akkoord gaan met een echtscheiding kan het nuttig zijn om het overspel aan te tonen.
Dit is met name het geval wanneer de overspelige echtgenoot van plan is om een vordering in persoonlijk onderhoudsgeld te formuleren.
De wet voorziet dat wanneer er sprake is van een zware fout van de onderhoudsgerechtigde echtgenoot, de rechtbank de toekenning van een persoonlijke alimentatie kan weigeren.
Dit is dan ook met name het geval wanneer de echtgenoot die een alimentatie vordert een overspelige relatie erop heeft nagehouden.
Wanneer dit aangetoond kan worden, zal de rechtbank in de meeste gevallen overtuigd kunnen worden om de vordering in alimentatie af te wijzen.
TOEWIJZING VAN DE GEZINSWONING:
Vaak is er tussen echtgenoten ook discussie over de vraag wie na de echtscheiding de gezinswoning zal mogen blijven betrekken. En eventueel ook wie de gezinswoning zal mogen overkopen van de andere echtgenoot.
Ook in dat geval kan het nuttig zijn om beroep te doen op een vaststelling van overspel.
De kans is immers zeer groot dat wanneer overspel aangetoond wordt lastens één van de echtgenoten, de andere echtgenoot van de rechtbank het recht zal krijgen om in de gezinswoning te blijven.
Het zal aan de overspelige echtgenoot zijn om de woning te verlaten.
Heeft U vragen over echtscheiding? Met meer dan 20 jaar ervaring staan wij graag ter beschikking. Contacteer ons!
Bent U getrouwd en zit uw relatie in het slop? Misschien overweegt U dan een echtscheiding. Maar hoe begint U daaraan?
Als advocaat echtscheiding krijgen wij heel vaak cliënten over de vloer die absoluut niet weten welke mogelijkheden er zijn om uit de echt te scheiden.
Vaak denken mensen dat elke echtscheiding uitmondt in een zogenaamde “vechtscheiding” voor de rechtbank waarbij over werkelijk alles ruzie wordt gemaakt en de vuile was wordt buiten gehangen.
Dit hoeft echter absoluut niet zo te zijn. De wet biedt immers tal van mogelijkheden voor koppels om zonder al te veel moeilijkheden een einde te maken aan hun huwelijk. Hierna zullen wij een aantal mogelijkheden overlopen.
De echtscheiding bij onderlinge toestemming:
De snelste, goedkoopste en eenvoudigste manier om uit de echt te scheiden is via een zogenaamde echtscheiding bij onderlinge toestemming. Zoals de term het zegt, regelen beide echtgenoten in dat geval alle elementen van hun echtscheiding volledig zelf.
De rechtbank zal in dat geval enkel overgaan tot een bescheiden toetsing van de voorgelegde documenten waarbij vooral nagegaan wordt of alle formele documenten voorliggen. Wanneer wij geraadpleegd worden door één van de echtgenoten of door het koppel zelf, zullen wij altijd onderzoeken of een echtscheiding bij onderlinge toestemming tot de mogelijkheden behoort.
Als advocaat gaan wij dan samen met onze cliënt bekijken waarover partijen van mening veranderen. Samen met de cliënt wordt er dan ook gezocht naar mogelijke pistes om tot een vergelijk te komen. In bepaalde dossiers gaat dit uiteraard gemakkelijker dan in andere dossiers.
Wanneer partijen er niet gemakkelijk uit geraken biedt de wet nog een aantal mogelijkheden om alsnog een zogenaamde EOT (echtscheiding onderlinge toestemming) te bewerkstelligen.
Bemiddeling bij echtscheiding:
Een eerste mogelijkheid is de bemiddeling. In dat geval zullen partijen samen een bemiddelaar aanstellen. Deze bemiddelaar zal trachten partijen dichter bij elkaar te brengen. Indien dit lukt zal de bemiddelaar dan ook samen met partijen de nodige documenten opstellen om deze vervolgens neer te leggen bij de rechtbank. Vaak zijn bemiddelaars advocaten doch hoeft dit niet noodzakelijk.
Collaboratieve onderhandelingen:
Een andere meer recentere piste is deze van de collaboratieve onderhandeling. Dit is een bijzondere vorm van onderhandeling die gevoerd wordt door advocaten die een bijzondere opleiding gevolgd hebben. Het bijzondere aan deze procedure is dat de collaboratieve advocaten samen met de cliënten zullen proberen tot een bemiddelde oplossing te komen. Dit doen zij dankzij een bijzondere onderhandelingsmethode.
Indien dit niet lukt, zullen partijen een andere advocaat moeten kiezen voor het voeren van de echtscheidingsprocedure. Immers mag de collaboratieve onderhandelaar niet optreden als advocaat van partijen in een latere echtscheidingsprocedure. Dit moet aan partijen de garantie geven dat de collaboratieve onderhandelaar er alles aan zal doen om de onderhandelingen te doen slagen enerzijds, en anderzijds dat de informatie die uitgewisseld wordt in het kader van de collaboratieve onderhandelingen niet gebruikt zal worden in een latere echtscheidingsprocedure.
Ook dit moet aan partijen de mogelijkheid geven om open kaart te spelen zonder te vrezen dat bepaalde informatie gebruikt zal worden in een latere procedure.
Tussenkomst van een notaris:
In sommige gevallen zullen partijen ook beroep moeten doen op een notaris. Dit is met name het geval wanneer er sprake is van onroerende goederen die verdeeld moeten worden. In dat geval zal de notaris samen met partijen en hun eventuele advocaten het akkoord tussen partijen opstellen.
Klassieke echtscheidingsprocedure:
Indien een EOT niet tot de mogelijkheden behoort, zal één van de partijen het initiatief moeten nemen om een procedure in te leiden voor de Familierechtbank. Is er dan sprake van een vechtscheiding?
Dit hoeft absoluut niet het geval te zijn. Ook wanneer er geprocedeerd wordt voor de rechtbank, voorziet de wet in een aantal mogelijkheden om conflicten te vermijden.
Kamers voor minnelijke schikking
Het belangrijkste middel voor de rechtbanken zijn de kamers voor minnelijke schikking of KMS. Dit is als het ware een procedure binnen een procedure.
Indien beide partijen hiermee akkoord gaan, kunnen zij de rechtbank vragen om de zaak te laten voorkomen voor een dergelijke kamer. Deze kamer wordt dan voorgezeten door een andere magistraat dan degene die zal moeten oordelen indien er geen akkoord tot stand komt.
Voor de kamer minnelijke schikking zal nagegaan worden of er geen deelakkoorden gesloten kunnen worden tussen de echtgenoten. Alle besprekingen in het kader van de KMS zijn vertrouwelijk. Indien er deelakkoorden gesloten worden, zal de Voorzitter van de KMS deze akkoorden in een vonnis opnemen. Dit vonnis heeft dezelfde waarde als een klassiek vonnis.
Indien er geen volledig akkoord gesloten kan worden, zal de rechtbank enkel nog moeten oordelen over de geschilpunten die overblijven. Zoals U ziet biedt de wetgever tal van mogelijkheden om te vermijden dat een echtscheiding zou uitmonden in een vechtscheiding.
Bent U getrouwd en zit uw relatie in het slop? Misschien overweegt U dan een echtscheiding. Maar hoe begint U daaraan?
Als advocaat echtscheiding krijgen wij heel vaak cliënten over de vloer die absoluut niet weten welke mogelijkheden er zijn om uit de echt te scheiden.
Vaak denken mensen dat elke echtscheiding uitmondt in een zogenaamde “vechtscheiding” voor de rechtbank waarbij over werkelijk alles ruzie wordt gemaakt en de vuile was wordt buiten gehangen.
Dit hoeft echter absoluut niet zo te zijn. De wet biedt immers tal van mogelijkheden voor koppels om zonder al te veel moeilijkheden een einde te maken aan hun huwelijk. Hierna zullen wij een aantal mogelijkheden overlopen.
De echtscheiding bij onderlinge toestemming:
De snelste, goedkoopste en eenvoudigste manier om uit de echt te scheiden is via een zogenaamde echtscheiding bij onderlinge toestemming.
Zoals de term het zegt, regelen beide echtgenoten in dat geval alle elementen van hun echtscheiding volledig zelf.
De rechtbank zal in dat geval enkel overgaan tot een bescheiden toetsing van de voorgelegde documenten waarbij vooral nagegaan wordt of alle formele documenten voorliggen.
Wanneer wij geraadpleegd worden door één van de echtgenoten of door het koppel zelf, zullen wij altijd onderzoeken of een echtscheiding bij onderlinge toestemming tot de mogelijkheden behoort.
Als advocaat gaan wij dan samen met onze cliënt bekijken waarover partijen van mening veranderen.
Samen met de cliënt wordt er dan ook gezocht naar mogelijke pistes om tot een vergelijk te komen.
In bepaalde dossiers gaat dit uiteraard gemakkelijker dan in andere dossiers.
Wanneer partijen er niet gemakkelijk uit geraken biedt de wet nog een aantal mogelijkheden om alsnog een zogenaamde EOT (echtscheiding onderlinge toestemming) te bewerkstelligen.
Bemiddeling:
Een eerste mogelijkheid is de bemiddeling.
In dat geval zullen partijen samen een bemiddelaar aanstellen.
Deze bemiddelaar zal trachten partijen dichter bij elkaar te brengen.
Indien dit lukt zal de bemiddelaar dan ook samen met partijen de nodige documenten opstellen om deze vervolgens neer te leggen bij de rechtbank.
Vaak zijn bemiddelaars advocaten doch hoeft dit niet noodzakelijk.
Collaboratieve onderhandelingen:
Een andere meer recentere piste is deze van de collaboratieve onderhandeling.
Dit is een bijzondere vorm van onderhandeling die gevoerd wordt door advocaten die een bijzondere opleiding gevolgd hebben.
Het bijzondere aan deze procedure is dat de collaboratieve advocaten samen met de cliënten zullen proberen tot een bemiddelde oplossing te komen. Dit doen zij dankzij een bijzondere onderhandelingsmethode.
Indien dit niet lukt, zullen partijen een andere advocaat moeten kiezen voor het voeren van de echtscheidingsprocedure.
Immers mag de collaboratieve onderhandelaar niet optreden als advocaat van partijen in een latere echtscheidingsprocedure.
Dit moet aan partijen de garantie geven dat de collaboratieve onderhandelaar er alles aan zal doen om de onderhandelingen te doen slagen enerzijds, en anderzijds dat de informatie die uitgewisseld wordt in het kader van de collaboratieve onderhandelingen niet gebruikt zal worden in een latere echtscheidingsprocedure.
Ook dit moet aan partijen de mogelijkheid geven om open kaart te spelen zonder te vrezen dat bepaalde informatie gebruikt zal worden in een latere procedure.
Tussenkomst van een notaris:
In sommige gevallen zullen partijen ook beroep moeten doen op een notaris.
Dit is met name het geval wanneer er sprake is van onroerende goederen die verdeeld moeten worden.
In dat geval zal de notaris samen met partijen en hun eventuele advocaten het akkoord tussen partijen opstellen.
Klassieke echtscheidingsprocedure:
Indien een EOT niet tot de mogelijkheden behoort, zal één van de partijen het initiatief moeten nemen om een procedure in te leiden voor de Familierechtbank.
Is er dan sprake van een vechtscheiding?
Dit hoeft absoluut niet het geval te zijn.
Ook wanneer er geprocedeerd wordt voor de rechtbank, voorziet de wet in een aantal mogelijkheden om conflicten te vermijden.
Het belangrijkste middel voor de rechtbanken zijn de kamers voor minnelijke schikking of KMS.
Dit is als het ware een procedure binnen een procedure.
Indien beide partijen hiermee akkoord gaan, kunnen zij de rechtbank vragen om de zaak te laten voorkomen voor een dergelijke kamer.
Deze kamer wordt dan voorgezeten door een andere magistraat dan degene die zal moeten oordelen indien er geen akkoord tot stand komt.
Voor de kamer minnelijke schikking zal nagegaan worden of er geen deelakkoorden gesloten kunnen worden tussen de echtgenoten.
Alle besprekingen in het kader van de KMS zijn vertrouwelijk.
Indien er deelakkoorden gesloten worden, zal de Voorzitter van de KMS deze akkoorden in een vonnis opnemen.
Dit vonnis heeft dezelfde waarde als een klassiek vonnis.
Indien er geen volledig akkoord gesloten kan worden, zal de rechtbank enkel nog moeten oordelen over de geschilpunten die overblijven.
Zoals U ziet biedt de wetgever tal van mogelijkheden om te vermijden dat een echtscheiding zou uitmonden in een vechtscheiding.